Quizzja

Crossword #2105

Crossword #2105: a hand-curated Dutch crossword with 42 clues on a 11 × 11 grid. Read the clues and play online.

Dutch · 11 × 11

Play this crossword

Read the clues below, then open the interactive grid to enter your answers. Across and Down answers share letters where they cross. Check, Hint and Reveal are available in the game when you need help.

Across

  1. Zeer zorgwekkende stof: een stof die zeer gevaarlijk is voor mens en milieu (3)
  2. Snel verbrandend mengsel voor vuurwerk en als ontstekingsmiddel (3)
  3. Vlug, snel, behendig (5)
  4. Een gespecialiseerde stengel, blad of bladsteel voor ondersteuning en hechting (4)
  5. Een sociale vaardigheid, die de omgang in de maatschappij vergemakkelijkt (11)
  6. Knijpen (6)
  7. Majeur (3)
  8. Munteenheid van Bulgarije (3)
  9. Afbeelding gemaakt met behulp van inbijting van zuur (3)
  10. Straf in de vorm van een verbod om in een bepaald gebied te zijn (3)
  11. Berichtje verstuurd met een mobiele telefoon (3)
  12. Engels bier (3)
  13. Blauwgroene kleur die alleen kan worden gezien met een laser (3)
  14. Snavel van vogels (3)
  15. Een vorm van zwartsel bestaande uit sulfide van zilver, goud of koper (6)
  16. Het uiten van een gedachte of begrip met beelden (11)
  17. School voor lager beroepsonderwijs in handel en zakelijke dienstverlening (4)
  18. Zit met een geweer achter wild aan (5)
  19. Nederlands telecombedrijf (3)
  20. Inwoner van een Baltische staat aan de Finse Golf (3)

Down

  1. Met een relatief hoog zoutpercentage (4)
  2. Ulva lactuca een eetbare algensoort uit dit geslacht, slawier behorend tot de groenwieren (6)
  3. Met een slee door de sneeuw glijden (6)
  4. Surinaamse dollar de munteenheid van Suriname (3)
  5. Uitroep van ontdekking/verrassing, dan wel van schrik/ontsteltenis (3)
  6. Sneden, niet-officiële meervoudsvorm van het zelfstandig naamwoord snede (6)
  7. Algemene Belgische Persbond (3)
  8. Een lopend touw waarmee men een zeil bijeenhaalt, inkort of gordt (3)
  9. Schattig, beeldig (4)
  10. Grootste Nederlandse vakbond (afkorting) (3)
  11. Academische titel van voor de invoering van de master, afgekort (3)
  12. Nam in ogenschouw (verleden tijd) (6)
  13. Klein damesondergoed (6)
  14. Drassig, nat terrein vol modder en riet (6)
  15. Belasting die op de Caraïbische eilanden wordt geheven op productie en invoer van goederen (3)
  16. Nacht van (4)
  17. 1e persoon meervoud als (direct of indirect) object of na een voorzetsel (3)
  18. Tegen het einde van de periode, niet op tijd (4)
  19. Verleden tijd van liggen (3)
  20. Tiende maand van het jaar, afgekort (3)
  21. Stuk doek of weefsel voor een werkstuk (3)
  22. Een Spaanse, Portugese, Braziliaanse en Italiaanse betiteling, afgeleid van het Latijnse dominus (3)

Hand-curated crosswords

All Quizzja crosswords are hand curated. People select and review the words and clues for each language. Software assembles grids from this curated content.

If you spot an unclear clue or a possible error, email support@quizzja.com with the puzzle title, language and clue number. You can also use Report a bug in the app.