Quizzja

Crossword #25550

Crossword #25550: a hand-curated Dutch crossword with 82 clues on a 15 × 15 grid. Read the clues and play online.

Dutch · 15 × 15

Play this crossword

Read the clues below, then open the interactive grid to enter your answers. Across and Down answers share letters where they cross. Check, Hint and Reveal are available in the game when you need help.

Across

  1. Slaghout waarmee bij sporten als honkbal en cricket de bal gespeeld wordt (3)
  2. Speelkaart die met A aangeduid wordt; vaak hoogste in het spel, hoewel ze eigenlijk de getalswaarde 1 heeft (3)
  3. Ziektebeeld waarbij je onbedwingbaar opeens zenuwtrekjes vertoont en ongepaste kreten slaakt (3)
  4. Plicht, verantwoordelijkheid (4)
  5. Lage vrouwenstem (3)
  6. Rivier die door Parijs stroomt (5)
  7. Tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kunnen (4)
  8. Verlenging van de onderzijde van een (zeil)schip die dient om het verlijeren tegen te gaan en het schip een grotere stabiliteit te geven (4)
  9. Reeks wagons die over rails rijdt (5)
  10. Jaarlijkse viering van de oogst, traditioneel precies veertig dagen na carnaval (3)
  11. Minder dan het geheel (8)
  12. Borst, tiet (3)
  13. Een actie ondernemen (4)
  14. Uitstekend strookje (3)
  15. Zorgen dat iets met zekerheid gegeven kan worden (6)
  16. Vernietigingstuig dat gevuld is met explosieven (3)
  17. Een fossiele energiebron, mengsel van vloeibare koolwaterstoffen (8)
  18. Bast van een boom uit het geslacht Cinchona, grondstof voor kinine (4)
  19. Opstapje dat deel uitmaakt van een trap (4)
  20. Afkorting van algemene bacheloropleiding (3)
  21. Aanlegplaats zonder versterkte kade (4)
  22. Toegespitste mond (4)
  23. Laag die ergens aan vastgegroeid is (8)
  24. Doodlopende rivierarm, ontstaan doordat een vroegere bocht is afgesneden (3)
  25. Bulla's (6)
  26. Een weg of opengehouden strook in een bos om bij brand, de verspreiding van ondergronds smeulend vuur te verhinderen/beperken (3)
  27. Hevige lage rugpijn, lendenpijn (4)
  28. Bouwkundig steunelement in een gewelf (3)
  29. Een groep samenwerkende mensen, m.n. binnen een bepaalde beroepsgroep (8)
  30. Onderwijsvorm in Nederland die openstaat voor alle kinderen tot 12 jaar oud (3)
  31. Verbogen vorm van vol vreugde; verheugd (5)
  32. Bevallige schenkster (4)
  33. Rank bootje dat men door middel van een peddel voortbeweegt (4)
  34. Zonen van (5)
  35. Door een koper voorgestelde prijs (3)
  36. Inkeping gemaakt door het snijden met een mes of ander scherp voorwerp (4)
  37. Huisdier dat miauwt en spinnen maakt (3)
  38. Engels bier (3)
  39. Zot, dwaas (3)

Down

  1. Mannelijke geit (3)
  2. Opening aan het eind van de endeldarm en aan het eind van het spijsverteringskanaal waardoor afvalstoffen het lichaam verlaten (4)
  3. Herkenningsmelodie (4)
  4. Klein roei- of zeilvaartuig, bestemd voor de visserij mee bedoeld (3)
  5. Amerikaanse bokslegende Muhammad ... (3)
  6. Smal bruggetje, slootplank, vlonder (4)
  7. Veelvuldige of hinderlijke handeling van het heel snel lopen (5)
  8. Betuwse stad bekend om zijn fruit (4)
  9. Bij het bridge de hoogste kaart niet spelen (4)
  10. Een voorwerp dat ter ondersteuning onder een ander voorwerp geplaatst wordt (4)
  11. Plek, plekje (4)
  12. Gebruikt in tegenstelling tot ander (3)
  13. Lee (4)
  14. Een Spaanse, Portugese, Braziliaanse en Italiaanse betiteling, afgeleid van het Latijnse dominus (3)
  15. Eenvoudig beroepsonderwijs in Suriname (3)
  16. Een plaats die men slechts tegen betaling voorbij mag gaan (3)
  17. Blanke Nederlander (5)
  18. Broer van Mozes in de Bijbel (5)
  19. Maak kapot! (gebiedende wijs) (5)
  20. Een rivierdal dat uitmondt in zee, aan uitslijting onderhevig is en gedeeltelijk door zee overstroomd wordt (3)
  21. Het voortdurend spelen met een bal (5)
  22. Bima's (5)
  23. Zonder respect; alles wat in strijd is met de eer en waarover men zich zou moeten schamen (5)
  24. Moeder van Jezus (5)
  25. Stuk steen gebruikt als wegverharding (3)
  26. Voertuig (3)
  27. Mestvocht (3)
  28. Grappenmaker aan het hof (3)
  29. Een lopend touw waarmee men een zeil bijeenhaalt, inkort of gordt (3)
  30. Coïtus (3)
  31. Amerikaanse staat met Salt Lake City als hoofdstad (4)
  32. Een garen uit korte wolvezels (5)
  33. Loon dat iemand voor zijn werk ontvangt (4)
  34. Ruim zittende broek (4)
  35. Belasting die op de Caraïbische eilanden wordt geheven op productie en invoer van goederen (3)
  36. Ruimte die door iets ingenomen wordt of ingenomen kan worden (4)
  37. Bepaald soort kleine palmboom Euterpe oleracea (4)
  38. Verhoogd platform in de synagoge, waar de chazan staat en de Tora wordt voorgelezen (4)
  39. Lul (4)
  40. In korte tijd, met grote vaart (4)
  41. Min of meer rond voorwerp (3)
  42. Gelderse gemeente op de Veluwe (3)
  43. Een uitroep die inspanning of vermoeidheid uitdrukt (3)

Hand-curated crosswords

All Quizzja crosswords are hand curated. People select and review the words and clues for each language. Software assembles grids from this curated content.

If you spot an unclear clue or a possible error, email support@quizzja.com with the puzzle title, language and clue number. You can also use Report a bug in the app.